Omtrent Babel

Zomer 1984 "Wil je een compositie schrijven zes orkesten?" vraagt Juriaan Rntgen, dirigent van het in 1985 jubilerende Naardens Kamerorkest. Mijn eerste reaktie: "dat lukt nooit" en tegelijkertijd de sensatie "ha, een kolfje naar mijn hand".
Welnu, Babel, voor zes orkesten, 14 pauken en 3 tam tams, gecomponeerd op verzoek van het Naardens Kamerorkest en in opdracht van het ministerie van WVC,

Veel van mijn composities hebben nadrukkelijk met de ruimte te maken. De ruimte is zoiets als een meegecomponeerde facotr. "Muziek voor een Stad: (1982) is gemaakt voor een groot plein met omgevend verkeerslawaai en al en aan lopende spelers. Bij Organum (voor n tot vier koren wordt de ruimte doorlopen; een eerste voorwaarde voor deze compositie os dan ook dat er loopruimte is. Zo ook met werken als Vice Versa (1978), En Passant (1976), Gesl (1980).

In Babel is het niet anders. De zes orkesten - vier strijkorkesten en twee blaasorkesten - en het slagwerk staan zo ver mogelijk uiteen opgesteld.
Voorwaarde voor de ruimte: zeer groot en gul klinkend. Bij voorkeur een grote hal of kerkruimte. De Naardense Grote Kerk is dan ook een prima behuizing voor dit stuk.
De vraag waar de luisteraar zich het best kan opstellen, is moeilijk te beantwoorden. Door de gehele ruimte gebeuren dingen. Soms zijn dat (op hetzelfde moment) dezelfde dingen, soms zijn ze verschillend. Enerzijds kan je het best ter plekke blijven, dan ervaar je veraf en dichtbij, het komen en gaan van de klank, dan is er perspectief. Anderzijds kan de luisteraar rondlopen en de gebeurtenissen opzoeken. Dan geen totaalbeeld, maar wel de sensatie van het detail, de overbelichting.

Hoewel Babel zich min of meer in n lange beweging voltrekt, zijn er toch twee verschillende gebeurtenissen waar te nemen. De opening, na het paukensignaal, is als een kolossaal gordijn waar de wind doorheen strijkt. Soms heel gesloten, dan weer open. Minutenlang "hangt" de klank in de ruimte. Het tweede deel: flarden van melodin dwalen door de ruimte heen en weer. De gewaawoording dat de melodie altijd wel ergens is, en bij wijlen even langs komt. Echo's uit het vroege Europese verleden met z'n trage Cantus Firmus en de eindeloze Aleul..., maar ook het fascinerende 40-stemmige motet Spem in Alium van de 17e eeuwse componist Thomas Tale.

De derde periode is de meest actieve. Botsende en samenvallende bewegingen; stugge motorische ostinali. Zoiets als "het werk moet gedaan worden", moet als onderdeel de stamp van de 14 pauken en de enorme herrie van de twee blaasorkesten.
De laatste fase. Een vervolg van de openingsmuziek. In zes regels voltrekt zoch dit deel. Zoiets als een lied, een instrumentaal gezang. Monumentaal, een toren.
Tegelijk met de compositie Babel ontstonden vier korte stukken ten behoeve van het Nationaal Amatuerconcours voor kamermuziek 1985, georganiseerd door de Stichting Singer Memorial Foundation te Laren.
De finale van dit concours vindt morgen - 9 juni - plaats in het Singer Museum, Laren. Het is denkbaar dat we "tussen de regels door" deze korte stukken horen. Muziek die van buiten naar binnen waait (laren ligt niet zo ver weg). Maar wat is nu nog "buiten" en "binnen"?

Babel - een aandenken - een poging de toren te bouwen en de spraak niet te verwarren.

Daan Manneke